Filatelie is meer dan postzegels verzamelen
Filatelie is meer dan postzegels verzamelen
Home » Zuid-Afrika » Kaapkolonie

Kaapkolonie

 

Zuid-Afrika

Op 20 maart 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht, de VOC.
Het doel van deze grootste handelsorganisatie van zijn tijd was de handel met India, Ceylon, China, Japan, Korea en Oost-Indië uit te voeren in georganiseerd verband.  Er werden meer dan 1700 schepen gebouwd voor deze immense operatie.


riebeeckvloot.large.jpg

In 1651 kreeg Jan van Riebeeck de opdracht om met drie schepen (de Reijger, de Drommedaris en Goede Hoop) een verversingsstation op te richten op de zuidelijke punt van Afrika.
De schepen op weg van Holland naar de Oost en terug konden daar dan vers water en voedsel inslaan.
Jan van Riebeeck koos voor de Tafelbaai, de plek waar nu Kaapstad ligt.
Op 6 april 1652 plantte Jan van Riebeeck de VOC-vlag op Afrikaanse grond, en daarmee was de eerste Nederlandse Kolonie in Zuid-Afrika gevestigd. Samen met van Riebeeck waren nog 90 kolonisten meegekomen, waaronder 8 vrouwen. Ook zijn eigen vrouw, Maria de la Quellerie (soms ook geschreven als de la Queillerie) was daarbij.


 

Maria was geboren in Rotterdam op 28 oktober 1629. Ze was de dochter van een Rotterdamse predikant.
Ze huwde met de tien jaar oudere Jan van Riebeeck op 28 maart 1649 te Schiedam.  
Het paar ging meteen na het huwelijk in Amsterdam wonen.
Maar niet voor lang, want in 1651 nam Jan van Riebeeck weer dienst bij de VOC en kreeg de opdracht om in Zuid-Afrika een verversingsstation op te richten.
Met de vestiging van de Kaapkolonie behoorde Maria de la Quellerie tot de selecte groep die de Kaapkolonie tot een succes zouden maken.
De kolonisten legden tuinen aan voor de teelt van groenten en fruit die nodig waren voor de bemanningen van de VOC schepen.
Maria en Jan kregen samen 8 kinderen, waarvan de meesten slechts kort in leven waren. Maria stierf in 1664 op 35-jarige leeftijd in Malakka.


In 1952 gaven zowel Zuid-Afrika als Nederland een serie postzegels uit ter herdenking van de stichting van de Kaapkolonie.
De drie postzegels hierboven zijn daar een onderdeel van. De Nederlandse bijdrage wordt hieronder getoond.

riebeeck1952.large.jpg

Deze serie (nvph 578-581) werd uitgegeven tussen 14 maart en 15 april 1952.
Er werd wel een nogal hoge toeslag geheven (meer dan 50%!),
maar die was bedoeld als bijdrage voor het Jan van Riebeeck monument in Kaapstad.


Jan van Riebeeck monument in Kaapstad
(Van Riebeeck kijkt uit op de Tafelberg, links achter)


 

Wie is nou de echte Van Riebeeck?

Bij het ontwerpen van de postzegels van 1952 hadden de ontwerpers in Nederland en in Zuid-Afrika de beschikkeing over 2 schilderijen. Men leefde in de veronderstelling dat het afbeeldingen waren van Jan Van Riebeeck.

riebeeckza.large.jpg

Dit schilderij is gemaakt omstreeks 1650 door Dirck Craey, een kunstenaar in Den Haag. Of Jan van Riebeeck toen in Den Haag is geweest wordt ernstig betwijfeld. En zoals later in de tachtiger jaren van de vorige eeuw na uitvoerig onderzoek in het Rijksmuseum te Amsterdam zou blijken is dit een portret van een zekere Bartolomeus Vermuyden. Maar in 1952 ging men in Zuid-Afrika nog steeds uit van dit schilderij en werd op de postzegel dit portret afgebeeld (zie hierboven op de bladzijde).

riebeeck2rand.large.jpg

In Zuid-Afrika was men trouwens al gewend aan dat portret van Van Riebeeck die namelijk ook op bankbiljetten is afgebeeld (1948).

 

riebeeckned.large.jpg

Dit schilderij is gemaakt door Jacob Jansz. Coeman omstreeks 1663. Zowel Coeman als Van Riebeeck waren toen in Batavia. Van Riebeeck was Goeverneur in Indië voor de VOC van 1662-1665.

In eerste aanleg werd in Nederland een postzegelontwerp gemaakt op basis van dit schilderij van Coeman. De afgebeelde man heeft een wat ronder gezicht dan de man op het schilderij van Craey. Hij toont ook wat ouder. Uiteindelijk heeft de ontwerper het gezicht aangepast (let op de snor en de wenkbrouwen) zodat het meer met de Zuidafrikaanse uitvoering overeenkwam. De kleren op de Nederlandse zegel (let op de kraag) zijn echter wel overgenomen van het schilderij van Coeman.

Beide hier getoonde portretten bevinden zich trouwens sinds 1884 in het Rijksmuseum te Amsterdam.